Door de regels en opzet van de downloadstores ervaren bedrijven veel belemmeringen bij het aanbieden van apps.

Deze stelling is gesloten

 

9 reacties

Contactpersonen

  • Bart
    Noé
  • Noortje
    Polman
 
Sorteer op: Oudste Nieuwste
 
 
 
Noortje Polman 19:10|11 februari 2014
Contactpersoon

ACM wil graag weten waar bedrijven tegenaan lopen op het mobiele platform.

Ter inspiratie enkele voorbeelden die tijdens de introductiebijeenkomst voor de ACM-agenda ter sprake kwamen:
https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=prop_publicatie&laag1=897&laag2=919&laag3=122&item_id=969

http://ddma.nl/privacy/apps-techniek-vs-wetgeving-een-dilemma/

Herkennen adverteerders, content aanbieders, affiliates dit?

 
 
 
 
Ivonne Bojoh 17:56|20 februari 2014
mobtzu / DDMA Commissie Mobile

Deze stelling is erg ruim geformuleerd.

Het artikel van Henk Bultena @DDMA gaat vooral over het feit dat bedrijven zich moeilijk kunnen confirmeren aan bepaalde NL of Europese richtlijnen omdat de app stores dat simpelweg technisch niet mogelijk maken. Bijvoorbeeld de gewenste opt-in voor pushberichten.

Over het algemeen gezien zijn bedrijven sowieso sterk afhankelijk van de app stores en diens richtlijnen en werkwijzen. Het App Review proces van Apple bijvoorbeeld kan tussen de 2 en 6 weken duren. Als app developer (lees bedrijf) heb je geen invloed op die doorlooptijd.

Daarnaast ontwikkelen Google, Apple en Microsoft continu hun besturingssystemen en komen er regelmatige nieuwe smartphones en tablets op de markt. Dat betekent dat je als app developer (lees bedrijf) ook jouw app continu moet ontwikkelen t.b.v. de continuïteit en kwaliteit. Vaak wordt dit bij de initiële investering over het hoofd gezien en komen er achteraf onverwachte kosten aan te pas.

Ten slotte zijn het zeer grote winkels met een wereldwijd bereik en moet je voldoen aan bepaalde voorwaarden om jouw product (lees app) daar te mogen verkopen. Wil je daar niet aan voldoen en verspreid je jouw app aan een besloten gemeenschap (bijvoorbeeld binnen jouw bedrijf of vereniging), kies dan voor meer bewegingsvrijheid en distribueer de app rechtstreeks.

 
 
 
 
 
@Ivonne Bojoh
Noortje Polman 18:25|20 februari 2014
Contactpersoon

Dank voor je reactie, Yvonne!
Ook uit een recent gepubliceerd onderzoek van de Europese commissie blijkt dat app ontwikkelaars afhankelijk zijn van de grote Amerikaanse platformaanieders (http://europa.eu/rapid/press-release_IP-14-145_en.htm) . Uit jouw reactie maak ik op dat bedrijven niet veel meer kunnen dan zich neerleggen bij de voorwaarden en werkwijzen van de platformaanbieders, want er zijn geen alternatieven.
Zijn de maatregelen en eisen van de platformaanbieders nodig? Of zijn er best mogelijkheden dat zij meer rekening kunnen houden met de app aanbieders?

Als antwoord op door Ivonne Bojoh

 
 
 
 
Jitty van Doodewaerd 14:09|21 februari 2014
DDMA

Namens DDMA, de branchevereniging voor marketing, wil ik me aansluiten bij Yvonne. In het geval van apps, zijn er een aantal factoren die als belemmerend worden ervaren.

1. Dominante marktpositie van device-leveranciers en distributieplatformen
Voor het bereiken van een doelgroep is een app-aanbieder afhankelijk van de besturingssystemen van een device Android (Google) of iOS (Apple), die een grote groep gebruikers vertegenwoordigen en content aanbieden via de App Store of Apple Kiosk en Google Play. Er is in dit geval een ongelijke afhankelijkheidsrelatie. Android en iOS hadden in het vierde kwartaal van 2013 een gezamenlijk marktaandeel van 95,7 procent wat betreft het aantal wereldwijd verscheepte smartphones. Voor heel 2013 komt het marktaandeel daarmee uit op 93,8 procent. Vanwege deze dominante marktpositie, zijn app-aanbieders genoodzaakt zich aan de voorwaarden te committeren die voor hen niet altijd gunstig zijn. Voor meer informatie verwijzen wij naar een recent TNO onderzoek over toegankelijkheid van applicaties en content op internet: https://www.tno.nl/content.cfm?
context=thema&content=prop_publicatie&laag1=897&laag2=919&laag3=122&item_id=970

2. Het ontbreken van een level playing field
De regelgeving ter bescherming van de online consument en ter bevordering van de interne markt, kent een overwegend Europees karakter. In een mondiaal speelveld, waarbij cruciale distributiepartners gevestigd zijn in de V.S., leidt dit tot concurrentievoordelen voor niet-Europese aanbieders.

2013 publiceerde de Artikel 29 Werkgroep (WP 29), het Europese samenwerkingsverband van privacytoezichthouders, een opinie over het wettelijk kader bij het verwerken van persoonsgegevens door apps. Zij geeft hierin aan dat een gebruiker toestemming moet geven voordat een aanbieder informatie mag plaatsen en uitlezen op zijn randapparatuur (conform de cookiebepaling). Volgens de WP 29 is het simpelweg aangeven dat de app mag worden geïnstalleerd via de “install” button geen toestemming. Wanneer de app ook persoonsgegevens verzamelt, moet duidelijker verteld worden waarom die gegevens verzameld worden en moet voor ieder doel apart toestemming gevraagd worden.

Een logische plek om te informeren en toestemming te vragen vóór installatie zijn de appstores. Daar rijst een praktisch probleem: Google en Apple zijn Amerikaanse bedrijven, terwijl WP29 een exponent is van EU-privacywetgeving. In de stores is dan ook geen mogelijkheid tot het vragen van gelaagde toestemming, omdat dit volgens Amerikaans recht niet hoeft. En dus moeten Nederlandse app-bouwers extra informatie- toestemmingsschermen inbouwen die al snel ten koste gaan van het gebruiksgemak en de functionaliteiten (vergelijk het met de cookiemeldingen). Bovendien geldt de verplichting tot gelaagde toestemming alleen in Europa, iets wat leidt tot concurrentievoordeel voor andere niet EU aanbieders.

Wij vinden het van groot belang waar de wetgeving zijn oorsprong vindt in Europese regelgeving, de ACM zich ervoor inzet om het toezicht in de EU gelijk(waardig) te laten plaatsvinden. Daarnaast zijn wij groot voorstander van meer trans-Atlantische samenwerking op dit vlak.

 
 
 
 
 
@Jitty van Doodewaerd
Noortje Polman 15:08|21 februari 2014
Contactpersoon

Dank je wel, Jitty. Dit is een heel helder verhaal!
Denk je dat de markt deze problemen zelfstandig kan verkleinen, bijvoorbeeld door een eventuele groei van Microsoft/Windows Phone? Wat zou er gebeuren als dit niet wordt opgepakt door ACM of andere (Europese) instanties?

Als antwoord op door Jitty van Doodewaerd

 
 
 
 
John van Dijk 15:50|22 februari 2014
Overheidscoöperatie ParkeerService

Naast de toegankelijkheid van downloadstores voor appbouwers kunnen er ook andere belemmeringen zijn bij het aanbieden van apps. Een voorbeeld hiervan zijn zogenaamde parkeerapps. Hiermee kunnen consumenten hun parkeergeld makkelijk en eerlijk betalen per minuut. Helaas komt het voor dat gemeenten aanbieders van parkeerapps (onbewust) belemmeren. Vanuit Overheidscoöperatie ParkeerService zijn we voorstander van een open markt model voor parkeerapps. In het open model zijn er geen belemmeringen voor bouwers van parkeerapps. We hebben recent via onze weblog (http://wp.me/p49IRR-E) een toelichting gegeven op de markt voor appbouwers in parkeren. Wellicht zijn er ook andere overheidsdiensten interessant, maar moeilijk toegankelijk voor appbouwers.

 
 
 
 
Arnold Roosendaal 16:30|22 februari 2014

Er zijn voor bedrijven inderdaad veel belemmeringen. De meeste zijn hierboven al genoemd. Vanuit juridisch perspectief is de moeilijkheid om volledig aan de vereisten uit Europese wetgeving te voldoen een belangrijk aandachtspunt.
De problemen hebben echter ook hun weerslag op consumenten. Wanneer bijvoorbeeld abonneediensten worden aangeboden via de Apple Kiosk worden de gegevens van de abonnee (de consument dus) vaak niet gedeeld met de content aanbieder. Deze krijgt vervolgens met belemmeringen te maken voor wat betreft upselling en dergelijke. Voor de consument ontstaat echter de vreemde situatie dat een interactie met een app niet plaatsvindt met de content aanbieder, wat je zou verwachten als je bijvoorbeeld een krant leest, maar met de Apple Kiosk. De platformproviders hebben dus een sleutelrol in het app-landschap en zijn vaak de enigen die tot alle gebruikersinformatie toegang (kunnen) hebben. Omdat deze platformproviders ook nog eens de enige manier zijn om grote groepen consumenten te bereiken is er weinig keuze voor content aanbieders en geen serieus alternatief voorhanden.

 
 
 
 
 
@Arnold Roosendaal
Noortje Polman 19:40|22 februari 2014
Contactpersoon

Dank, Arnold! Je geeft aan dat niet alleen bedrijven belemmeringen ervaren door de sleutelrol die de Amerikaanse platformaanbieders spelen, maar ook consumenten kampen met de consequenties hiervan. Ik kan me voorstellen dat het voorbeeld dat je schetst niet het enige is.
Zie je oplossingen voor dit probleem? En zou ACM daar een rol in kunnen spelen?

Als antwoord op door Arnold Roosendaal

 
 
 
 
Arnold Roosendaal 10:07|27 februari 2014

Hoi Noortje, ik denk dat een belangrijke rol is weggelegd in het bewaken van de beschikbaarheid van reële alternatieven. Op dit moment wordt de app-markt echter gedomineerd door twee grote platformaanbieders. Dat betekent dat de keuze naast deze twee platformen nu ook betekent dat je als bedrijf een grote groep gebruikers niet zult bereiken, of als consument dat je minder keuze hebt uit beschikbaar aanbod.

 
 
 

U kunt niet meer reageren