8 reacties

Contactpersonen

  • Marga
    Buys
  • Joos
    Francke
 
Sorteer op: Oudste Nieuwste
 
 
 
Marga Buys 10:15|17 februari 2014
Contactpersoon

Graag vragen we jullie input op een aantal concrete vragen over Europese ontwikkelingen. Europese TSO’s ontwikkelen momenteel gezamenlijk een uniform kader om nut en noodzaak van grote investeringen in energienetten te onderbouwen op basis van een kosten-baten afweging. De huidige stand van zaken voor elektriciteit vindt u hier: https://www.entsoe.eu/major-projects/ten-year-network-development-plan/cba-methodology/. Naast TSO’s discussiëren ook andere partijen, zoals de Europese commissie, overheden, toezichthouders en wetenschappers mee over dit onderwerp. Een voorbeeld van een van deze bijdragen vind je hier (inclusief filmpje met toelichting): http://www.eui.eu/Projects/THINK/Research/Topic10.aspx. Het beoordelingskader komt voort uit het ‘European Infrastructure Package’, dat inmiddels geformaliseerd is in de Europese TEN-E Regulation. Op basis van de beoordeling van kosten en baten van mogelijke investeringen, selecteert de Europese Commissie een aan grote belangrijke projecten (PCI’s - Projects of Common Interest), die vervolgens voorrang krijgen in o.a. vergunningstrajecten en in aanmerking komen voor aanvullende reguleringsmaatregelen of subsidie.

Twee specifieke reguleringsmaatregelen zijn:
1. Wanneer kosten en baten niet evenredig tussen landen verdeeld zijn, kunnen de relevante toezichthouders een alternatieve kostenverdeling overeenkomen.
2. Wanneer de netbeheerder een hoger risico loopt voor de investering, dan kan de NRA zorgen voor de juiste prikkels.

Vraag 1) Op welke manier zou ACM naar de Europese kosten-baten afwegingen van grote projecten moeten kijken? Moet ACM streven naar Europese welvaart, of naar Nederlandse?

Vraag 2) Zou ACM TenneT en GTS moeten vragen om een kosten-baten afweging voor alle grote investeringen?

Vraag 3) Wanneer is sprake van een hoger risico dan gebruikelijk? Hoe kan ACM dat toetsen?

 
 
 
 
jan bozelie 11:06|22 februari 2014
----

Voor zover ik weet doet TenneT altijd al een kosten benefit / risico afweging multidisciplinair naar beste eer en geweten
Te vaak vergeten vind ik zelf nog altijd de effecten op het bruto nationaal product, zowel .nl als .eu als afweging mee te nemen
En te vaak andere ontwikkelingen van onderuit in de markt , genegeerd die een mogelijk geheel ander ontwikkeling tot stand brengen over de horizon.
Veel scenario's op multinational niveau kennen een zaagtand ontwikkeling = te hoog in geschat en dan elke jaar naar beneden bijgesteld .
ACM zou goed naar de waarschijnlijkheid van uitgangspunten en effecten kunnen kijken, zelfs misschien op verzoek aan tennet en andere netbeheerders vooraf jaarlijks kunnen geven, = geen discussie en geen dubbel werk
jan bozelie

 
 
 
 
Henk Daalder W… 12:54|22 februari 2014

Enig wantrouwen is hier wel op zijn plek.
Bij de kosten baten vergelijking moet ook gekeken worden wiens kosten en wiens baten, bedrijven of burgers.

Ik zie veel aandacht voor "lost load"
Dat is dat fossiele centrales hun productie niet kwijt kunnen omdat ze voorrang moeten verlenen aan duurzaam opgewekte stroom.
Dat duurzaam voorrang heeft in de EU, is belangrijk en nuttig.
In Nederland noemt ons ministerie van fossiele belangen, EZ, dat congestie verliezen.
Maar het zijn geen verliezen, maar verhinderde fossiele vervuiling.
Het is juist de bedoeling van de samenleving, dat we steeds meer duurzame stroom hebben, en steeds minder fossiele stroom.
Dat er daarnaast ook een commerciële vrijheid is, voor vervuilende centrales om hun stroom aan te bieden, wil niet zeggen dat we hun gemiste omzet, moeten vergoeden.
.....
Deze voorstellen voor een kosten baten analyse voor netwerk projecten, lijkt juist die commerciële vervuilende belangen te willen helpen......
Want.....
Ik mis in de verhalen over de CBA, bijvoorbeeld de maatschappelijke waarde van een net op zee. Eigenlijk zou voor Nederland meer de vraag moeten zijn, of onze hoogspanningslijnen en het stopcontact op zee, alleen door Nederland betaalt moeten worden of ook door oost Europese landen, omdat uiteindelijk Noordzee stroom naar Oost Europa zou kunnen gaan.
En waar is de evaluatie van het potentieel aan duurzame stroom die overal lokaal opgewekt kan worden.
De zon schijnt in elk EU land en de wind waait ook overal in de EU......
Dus alle landen kunnen lokaal voldoende duurzame energie opwekken. Het is daarom sterk de vraag welk nut die internationale netwerk projecten hebben.
Door vooral naar congestie verliezen, en niet naar minder vervuiling te kijken, lijkt dit project vooral een lobby van de fossiele belangen.
....
De club die het presenteert, is ook een lobby club, een Ierse stichting, IIEA.com,
Waarom zijn het niet de landelijke netwerk organisaties zelf die een begrijpelijke visie presenteren?

 
 
 
 
Barry Haaglo 20:56|05 maart 2014

1. Is er een europese markt voor levering van Electriciteit en wat zijn de belemmeringen?
2. Klopt de knip netwerkbeheerder - leverancier, kijkend naar het consumentendeel dan valt op dat de netwerkbeheerder zo dominant is.

 
 
 
 
Wim Borghols 17:43|06 maart 2014
GTS

GTS wil graag reageren op de vragen van ACM.
Ad A. Op welke manier zou ACM naar de Europese CBA’s van grote projecten moeten kijken? (Moet ACM streven naar Europese welvaart, of naar Nederlandse?)
ACM heeft weliswaar een nationale taak en bevoegdheid, maar gegeven het grensoverschrijdende karakter van de diensten die GTS op grond van haar wettelijke taak levert is het voor GTS ondenkbaar dat ACM niet ook de bredere effecten in het omringende buitenland meeneemt in een beoordeling van projecten. Het is GTS niet helemaal duidelijk of ACM uitsluitend doelt op PCI projecten of op grote projecten in het algemeen. GTS constateert dat veel van haar projecten direct dan wel indirect een impact hebben die de landsgrenzen overstijgt, mede als gevolg van de zeer open gasmarkt in Nederland en het sterke grensoverschrijdende karakter van de Nederlandse gasmarkt. Overigens zet GTS wel kanttekeningen bij het instrument kosten baten analyse voor het evalueren van alle grote projecten waarbij het voor ons niet altijd helder is hoe de baten van een investering (voor bijvoorbeeld een nieuwe storage of centrale) gedefinieerd zouden worden.
Ad B. Zou ACM TenneT en GTS moeten vragen om een CBA voor alle grote investeringen?
Zie hierboven. In het geval van PCI’s lijkt het voor de hand te liggen om de investering in een breder dan een puur nationaal kader af te wegen. Of het instrument van de kosten baten analyse daarvoor het meest geschikt is blijft voor ons een vraag. Traditioneel is een contractuele onderbouwing van investeringsprojecten een belangrijke graadmeter geweest voor de afweging van de wenselijkheid (en terugverdienmogelijkheid) van een investering. Wij zien dat (mede als gevolg van nieuwe Europese regels op het gebeid van CAM/CMP) er een trend is waarbij de contractduur steeds korter wordt; typisch tendeert de contractduur naar maximaal 1 jaar. De vraag is dan of een business model dat gebaseerd is op contractuele onderbouwing van langjarige investeringen in het licht van kort lopende contracten op termijn houdbaar en verdedigbaar blijft. GTS kan zich voorstellen dat een CBA of vergelijkbaar instrument in de toekomst belangrijker wordt om zowel nut als noodzaak (en gelinkt daaraan de regulatoire zekerheid dat de invetsering mag worden terugverdiend in de tarieven) aan te tonen. Dit geldt zowel voor PCI investeringen als ook investeringen die niet uit de TEN-E regulering volgen. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat we ook in Europa nu al zien dat er fundamentele inzichten ontbreken om CBA tot een succesvol einde te brengen. Eerst zouden vragen moeten worden beantwoord op welke wijze de baten van marktwerking ten gevolge van nieuwe infrastructuur kunnen worden voorspeld. Een fundamentele bijdrage vanuit Nederland om dat probleem te adresseren lijkt ons zinvol. Dat zou een studie karakter kunnen hebben waarbij denkkracht van universiteiten en economische instituten zouden kunnen worden gemobiliseerd.
Ad C. Wanneer is sprake van een hoger risico dan gebruikelijk? Hoe kan ACM dat toetsen?
Om te beginnen neemt het risico toe omdat zoals hierboven reeds is aangegeven de termijnen waarop capaciteit vastgelegd wordt steeds korter worden. Daarnaast zijn in het recente verleden investeringen geaccordeerd waarbij de investering in 20 jaar werd terugverdiend. Van deze 20 jaar werden de eerste 10 jaar ingevuld met commitments van marktpartijen. Met de aanpassing van het regulatoire kader zijn deze verhoudingen veranderd. In plaats van afschrijven over 20 jaar is de periode aangepast naar 55 jaar. Die 55 jaar is de uitkomst van een proces waarbij ACM een afweging heeft gemaakt op basis van input van alle stakeholders, inclusief GTS. Duidelijk is echter dat een periode van 55 jaar door geen enkele partij kan worden overzien. Bij kleine gasvelden wordt er meestal van uit gegaan dat deze binnen 10 tot 20 jaar worden leeg geproduceerd. Verder is duidelijk dat een blijvende rol voor aardgas in de komende 55 jaar in de verschillende beleidsvoornemens niet langer vanzelfsprekend is. Daarmee zijn de risico’s van eindgebruikers in geval van “stranded assets” toegenomen. Het gaat hierbij zelfs om het doorschuiven van risico’s naar toekomstige generaties.
Voor nieuwe infrastructuur kan de ACM toetsen op welke termijn overheden en landelijk netbeheerder concrete vooruitzichten hebben over de rol van aardgas in de door Nederland te gebruiken energie mix. Verder kunnen er diverse “zijlingse” aanleidingen zijn om infrastructuur aan te leggen die ieder een eigen (groter) risicoprofiel hebben, zoals leveringszekerheid, marktkoppeling en toepassing en stimulering van duurzame initiatieven als groen gas en power to gas. Vanuit de technische levensverwachting van buisleidingen is er geen aanleiding om de periode waarover afgeschreven wordt ter discussie te stellen. Vanuit een evenwichtige verdeling van baten en risico’s is er alle reden om de economische baten van het gebruik van de infrastructuur en het terugverdienen van de infrastructuur meer met elkaar in lijn te brengen. GTS stelt voor om de snelheid waarmee nieuwe infrastructuur wordt afgeschreven aan te passen aan de periode in de toekomst die met redelijkheid kan worden overzien en de snelheid van afschrijven aan te passen aan de reikwijdte van het toekomstbeeld.
Tot slot een aantal algemene opmerkingen. Met de door de ACM toegepaste benchmark met buitenlandse TSO’s is het risico voor TSO’s aanzienlijk toegenomen. De door ACM genoemde onzekerheid ten gevolgde van vernietigen van methodebesluiten wordt door GTS ook zo ervaren. Echter gedurende de economische levensduur van een investering zijn er verschillende momenten en vele instrumenten om eventuele ongewenste gevolgen te kunnen repareren. De vraag is of ACM goed in staat is de risico’s zelf te beoordelen. Ze zal daarvoor bijvoorbeeld afhankelijk zijn van de risico beschrijving van de investeerders / financiers. In de beschouwingen over risico’s zou ook gekeken moeten worden naar de fundamentele vraag wat de maatschappelijke kosten van gebrek aan capaciteit voor de verschillende netgebruikers, waaronder binnenlandse afnemers, zouden zijn.

 
 
 
 
 
@Wim Borghols
Marga Buys 13:37|10 maart 2014
Contactpersoon

Bedankt voor je uitgebreide reactie! Je geeft aan dat jullie wel wat zien in een alternatieve evaluatie van grote projecten tov de traditionele contractuele onderbouwing. Je pleit dan voor ‘CBA of een vergelijkbaar instrument’. Hebben jullie ideeën over wat zo’n vergelijkbaar instrument zou kunnen zijn? Daarnaast stel je voor om ‘vanuit Nederland’ een fundamentele bijdrage te leveren aan het CBA debat omtrent kwantificatie van gevolgen voor marktwerking. Wie zou daarvoor het initiatief moeten nemen? Tenslotte merk je op dat ook eens gekeken zou moeten worden naar ‘de fundamentele vraag wat de maatschappelijke kosten van gebrek aan capaciteit voor de verschillende netgebruikers, waaronder binnenlandse afnemers, zouden zijn’. Wat is er volgens jou voor nodig om die vraag te beantwoorden?

Als antwoord op door Wim Borghols

 
 
 
 
@Marga Buys
Wim Borghols 11:54|12 maart 2014
GTS

Het lastige van een kosten baten analyse is het bepalen van de baten. Als netbeheerder zit je in de lastige positie dat je als “gewoon” bedrijf moet opereren en een gezond financieel beheer moet voeren, terwijl je aan de andere kant een maatschappelijk belang moet dienen. Indien je uitsluitend naar het eerste facet kijkt en je neemt de lange afschrijvingstermijnen in ogenschouw, dan kan het lastig worden investeringen te doen. Je zult dus andere facetten mee moeten nemen, zoals de aansluitplicht die er in het binnenland is, maar niet voor verbindingen met het buitenland. Juist voor die verbindingen met het buitenland neemt de investeringszekerheid echter af, omdat de boekingstermijnen steeds korter worden.
Het initiatief voor een fundamentele bijdrage aan het CBA debat zou vanuit ACM en/of EZ moeten komen en het werk zou op een universiteit uitgevoerd moeten worden, waarbij er wel een begeleidings- of klantbordgroep vanuit de sector en gebruikers zou moeten zijn. Ervaring leert namelijk dat onderzoeken door consultants in opdracht van een van de partijen vaak op voorhand al als gekleurd beschouwd worden. De laatste vraag zou in dit onderzoek meegenomen moeten worden en ook weer in het licht van het eerder genoemde maatschappelijk belang bekeken moeten worden, waarbij de uitdaging is de analyse wel concreet te houden.

Als antwoord op door Marga Buys

 
 
 
 
Jan-Paul Dijckmans 15:06|14 maart 2014
TenneT TSO B.V.

Onderstaande een korte reactie van TenneT op de vragen van ACM:

1. Op welke manier zou ACM naar de Europese CBA’s van grote projecten moeten kijken? (Moet ACM streven naar Europese welvaart, of naar Nederlandse?)

De door ENTSO-E ontwikkelde methodologie voor CBA's maakt een homogene beoordeling van TYNDP projecten en PCI's mogelijk. Hiermee kan de Commissie Europese projecten op prioriteit beoordelen en een eerlijke afweging maken om bepaalde projecten (al dan niet) te stimuleren. Het gaat hier om projecten met een gemeenschappelijk Europees belang, en geen nationaal belang. De bevoegdheid om deze Europese projecten op hun merites te beoordelen is een coördinerende bevoegdheid van de Europese Commissie, en niet van de nationale toezichthouders.

2. Zou ACM TenneT en GTS moeten vragen om een CBA voor alle grote investeringen?

TenneT is in beginsel voorstander om volledige transparantie te bieden in de business case om inzicht te geven in de waarde die een investering heeft voor Europa en/of de Nederlandse elektriciteitsmarkt. Echter, voor grote investeringen (waaronder PCI's) is de Rijkscoördinatieregeling ("RCR") van toepassing. Bij RCR-investeringen beoordeelt het ministerie van Economische Zaken of de investering nuttig en noodzakelijk is.

3. Wanneer is sprake van een hoger risico dan gebruikelijk? Hoe kan ACM dat toetsen?

Indien nodig, kan de CBA informatief zijn voor nationale toezichthouders om bepaalde projectkosten te alloceren onder TSO's en om voor aanvullende investeringsprikkels te zorgen. Deze investeringsprikkels kunnen nuttig zijn indien investeringen anders niet tot stand zouden komen. Met andere woorden, indien het reguleringskader op zichzelf al voldoende investeringsprikkels bevat door een juiste rendement-risico benadering, zijn aanvullende incentives in mindere mate nodig. De vraag hoe risicovol een investering uiteindelijk is, is afhankelijk van de invulling van het reguleringskader. Indien het reguleringskader onder andere (expliciet) ruimte biedt voor anticiperende investeringen en regels omvat voor de erkenning van op efficiënte wijze gemaakte kosten voordat het project wordt opgeleverd, heeft dit een positief effect op het risicoprofiel van grote investeringen. Daarnaast dient bij de (eenmalige) vaststelling van de efficiënte kosten rekening te worden gehouden met de complexiteit en bijzonderheid van grote investeringen, zodat de TSO de zekerheid heeft dat alle efficiënt gemaakte kosten volledig vergoed worden.

Of er sprake is van investeringen met een hoger risico dan gebruikelijk hangt af van de specifieke projecten. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het realiseren van infrastructuur veel complexer is (zowel vervanging als uitbreiding) dan in het verleden, omdat Nederland planologisch erg vol is en er grote complexiteit bestaat ten gevolge van de bevolkingsdichtheid en de specifieke geografische gesteldheid in Nederland.
Investeringen op zee kunnen als aparte categorie worden onderscheiden waarvoor een separaat reguleringskader nodig is.

 
 
 

U kunt niet meer reageren