Wat kan er gedaan worden om de reguleringzekerheid in de telecom- en energiesector te vergroten?

Deze stelling is gesloten

 

18 reacties

Contactpersonen

  • Marga
    Buys
  • Joos
    Francke
 
Sorteer op: Oudste Nieuwste
 
 
Michiel van Dijk 12:48|18 februari 2014
ACM directie TVP

Investeerders moeten keuzes maken voor de lange termijn. ACM maakt besluiten met een looptijd van meestal 3 jaar. Deze besluiten worden eigenlijk altijd juridisch aangevochten. Dit leidt tot onzekerheid. Daardoor worden investeerders mogelijk afgeschrikt.

Wat kan ACM doen om reguleringszekerheid en draagvlak te vergroten?
Wat kunnen de betrokken partijen doen (bijvoorbeeld niet meer procederen)?

 
 
 
 
Yves Blondeel 17:07|19 februari 2014
T-REGS

In de sector elektronische communicatie heeft ACM heeft de mogelijkheid (artikel 16.6 a Kaderrichtlijn 2002/21/EG zoals gewijzigd door 2009/140/EG: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:337:0037:0069:NL:PDF) om de geldigheid van een marktanalysebesluit met 3 jaar te verlengen, mits motivering door ACM en afwezigheid van bezwaar vanwege de Europese Commissie.

ACM heeft de mogelijkheid om bij het nemen van het oorspronkelijke besluit aan te duiden dat het haar intentie is om van deze verlengingsmogelijkheid gebruik te maken.

OPTA heeft dit effectief gedaan in het Tariefbesluit Ontbundelde glastoegang (FttH)
van 25 juni 2009.

ACM heeft ook de mogelijkheid om beleidsregels uit te vaardigen waarin zij aanduidt hoe ze met een bepaalde problematiek zal omgaan over een langere termijn.

OPTA heeft dit effectief gedaan in de Beleidsregels Tariefregulering voor ontbundelde glastoegang van 19 december 2008.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) beschikt, in vergelijking met beroepsinstanties in andere Europese landen, over een hoogst uitzonderlijke macht om zich voor de sector-regulator te substitueren, in casu de macht om niet alleen besluiten te schorsen/vernietigen, maar zelf te beslissen. Het CBb heeft dit effectief gedaan in zaak over OPTA's Marktanalysebesluit vaste en mobiele gespreksafgifte van 7 juli 2010: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CBB:2011:BR6195

 
 
 
 
@Yves Blondeel
Michiel van Dijk 15:35|25 februari 2014
ACM directie TVP

Dank voor je reactie, Yves. Sorry voor de late reactie trouwens. We nemen deze punten mee.

Als antwoord op door Yves Blondeel

 
 
 
 
Paul de Bijl 10:01|25 februari 2014
Radicand Economics | Lexonomics | WHU Otto Beisheim School of Management (Duitsland)

Michiel, wat is ongeveer de ratio van (via procedures aangevochten) besluiten waarbij de ACM, en in het verleden de OPTA, bakzeil moet halen, op basis van historische gegevens?

 
 
 
 
@Paul de Bijl
Michiel van Dijk 15:41|25 februari 2014
ACM directie TVP

Tsja, daar hebben we daar geen staatjes van. Soms krijgt de een gelijk, soms de ander; regelmatig worden besluiten ook op onderdelen vernietigd of aangepast.

Ons punt is dat het voor alle partijen loont om altijd in beroep te gaan - althans zo schatten zij dat blijkbaar zelf in. Daardoor ontstaat er onzekerheid voor iedereen in de markt. Dit is niet bevorderlijk voor het investeringsklimaat. Onze vraag is hoe we hier uit zouden kunnen komen?

Als antwoord op door Paul de Bijl

 
 
 
 
Daniel Duisenberg 12:57|05 maart 2014
Stedin Netbeheer BV

Ik ben het niet eens met de stelling dat het aanvechten van de besluiten leidt tot onzekerheid. De onzekerheid zit het hem erin dat door de wijze van regulering geen zekerheid bestaat over het rendement op investeringen. Wanneer er wordt gekozen voor een robuuste methode, die leidt tot voorspelbare rendementen zal de onzekerheid afnemen. Wanneer er vertrouwen is in de gekozen methode, kan deze ook voor een langere periode worden vastgesteld.

 
 
 
 
 
@Daniel Duisenberg
Marga Buys 13:15|05 maart 2014
Contactpersoon

Bedankt voor je reactie Daniël! Zonder hier een uitgebreide discussie te willen starten over de methodebesluiten: op welke manier zou de methode robuuster gemaakt moeten worden?

Als antwoord op door Daniel Duisenberg

 
 
 
 
Barry Haaglo 20:53|05 maart 2014

Wat wordt bedoeld met reguleringszekerheid?

 
 
 
 
 
@Barry Haaglo
Marga Buys 10:33|06 maart 2014
Contactpersoon

Reguleringszekerheid houdt (kort gezegd) in dat partijen die gereguleerd worden (dus waarvoor ACM de tarieven of inkomsten vaststelt) vantevoren weten waar ze aan toe zijn. Als partijen voor een lagere periode zeker zijn van hun inkomsten, dan kunnen ze daarop hun investeringsbeslissingen baseren. Als er onduidelijkheid is over de vraag of de besluiten door de rechter vernietigd worden (en er dus weer een nieuw besluit moet komen met wellicht een andere uitkomst), leidt dat mogelijk ook tot onzekerheid bij investeringsbeslissingen.

Als antwoord op door Barry Haaglo

 
 
 
 
Jan-Paul Dijckmans 15:53|07 maart 2014
TenneT TSO B.V.

Investeerders wensen dat risico en rendement in balans zijn binnen een stabiele en voorspelbare reguleringsomgeving. Er zit nu een onbalans in de reguleringssystematiek die leidt tot terughoudendheid bij investeerders. Het rendement dat de netbeheerders kunnen behalen is om twee redenen te laag. Ten eerste is het normrendement, de WACC, te laag vastgesteld voor de komende periode. Ten tweede is dit normrendement niet haalbaar vanwege de doelmatigheidskortingen die de toezichthouder oplegt. Deze doelmatigheidskortingen zijn onvoldoende gebaseerd op robuust onderzoek en de kortingen worden ook opgelegd op investeringen die in het verleden zijn gedaan en dus niet langer beïnvloedbaar zijn (en waarvoor de toezichthouder de gereguleerde activa waarde (GAW) heeft vastgesteld).

Investeringsbeslissingen door de netbeheerder zijn met name gedreven door de noodzaak om te voldoen aan de behoefte aan transportcapaciteit. Met andere woorden: TenneT investeert wanneer dat moet en zal investeringen die noodzakelijk zijn niet achterwege laten omdat de tariefregulering onzekerheid met zich meebrengt. Het blijft alleen de vraag in hoeverre deze situatie op de lange termijn houdbaar blijft. De financiële positie van de netbeheerder dient op de lange termijn geborgd te worden door de reguleringsmethodiek. Anders gaat het systeem knellen.

 
 
 
 
Leonard Thijssen 17:45|10 maart 2014
Ministerie van Economische Zaken

Het is de vraag of het huidige systeem van ex-ante marktregulering in de telecomsector wel voldoende mogelijkheden biedt om marktpartijen reguleringszekerheid te kunnen bieden. Uit onvrede over het oude Europese reguleringskader (te grof, onvoldoende toegesneden op specifieke marktsituaties) werd in 2003 gekozen voor een systeem waarbij de toezichthouder meer maatwerk moest leveren. De ervaring leert dat maatwerk niet alleen voordelen maar ook nadelen heeft . Het legt een zeer hoge bewijslast op de toezichthouder: afbakening van markten, vaststelling van aanmerkelijke marktmacht, uitwerking van verplichtingen. Het leidt tot veel en langdurige juridische procedures en tot minder harmonisatie bij de toepassing van het reguleringskader. Door meer vooraf in te regelen in het Europese reguleringskader (afbakening van markten, simpele criteria om aanmerkelijke marktmacht te bepalen, automatisch werkende verplichtingen bij aanmerkelijke marktmacht) zou minder maatwerk nodig zijn bij de toepassing. Dat zou bijdragen tot minder juridische procedures, meer harmonisatie van het toezicht en tot meer reguleringszekerheid voor marktpartijen. De ervaringen van de afgelopen jaren kunnen we gebruiken om het systeem slimmer in te richten en de ontwerpfouten in het oude systeem van voor 2003 te voorkomen.

 
 
 
 
 
@Leonard Thijssen
Joos Francke 11:39|11 maart 2014
Contactpersoon

Leonard, dankjewel voor je reactie. Ik ben benieuwd of de telecomaanbieders je suggesties voor aanpassing van het reguleringskader delen.

Als antwoord op door Leonard Thijssen

 
 
 
 
Feyo Sickinghe 12:36|11 maart 2014

Het meest eenvoudige antwoord op deze stelling is: zorg ervoor als ACM dat je besluiten in beroep overeind blijven. Het heeft geen zin om te klagen over de rechtspraak.

 
 
 
 
 
@Feyo Sickinghe
Joos Francke 18:02|11 maart 2014
Contactpersoon

Feyo, hoe kijk jij tegen de visie van Leonard aan, namelijk dat het maatwerksysteem zijn doel mogelijk voorbij is geschoten. Herken je dat?

Als antwoord op door Feyo Sickinghe

 
 
 
 
Bart Heinink 16:02|11 maart 2014
Tele2

Dag Joos en Leonard,
Dank voor jullie bijdragen en vragen. Ik kan me direct scharen achter het punt van Leonard dat de huidige systematiek ingewikkeld is en leidt tot veel onzekerheid. Weliswaar biedt de huidige systematiek veel meer flexibiliteit om te komen tot het opleggen van verplichtingen bij marktfalen dan de oude systematiek die zich beperkte tot een klein aantal markten. De uitdaging zit er in dat de systematiek makkelijker en meer voorspelbaar zou moeten worden, maar dat de benodigde flexibiliteit om in te kunnen grijpen in markten waar zich problemen voordoen niet verloren gaat.

 
 
 
 
@Bart Heinink
Leonard Thijssen 23:03|11 maart 2014
Ministerie van Economische Zaken

Bart, hoe zou je dat dan moeten doen? Ik denk dat we toch in moeten leveren op flexibiliteit om het systeem meer voorspelbaar te maken. Het huidige systeem lijkt nu op papier erg flexibel, maar in de praktijk is dat toch maar in beperkte mate het geval. In het huidige systeem beslist formeel de toezichthouder en moet hij zijn besluiten onderbouwen en verdedigen bij de rechter terwijl de Europese Commissie veel invloed heeft op de inhoud van de besluiten via aanbevelingen en de toetsing van conceptbesluiten met de mogelijkheid van een veto. Verder moet het systeem wel zo worden ingericht dat het in principe alle problemen tackelt. Daar moeten we dan nog wel goed over nadenken hoe we dat kunnen realiseren. Je zou bijvoorbeeld uit kunnen gaan van een markt van aansluitnetwerken die je nog onderverdeelt in mobiel/vast en consument/zakelijk. Dan moet je de trigger bepalen voor het opleggen van toegangsverplichtingen die een stuk simpeler is dan aanmerkelijke marktmacht, bijv een bepaald marktaandeel. Voor de uitwerking van de toegangsverplichtingen kunnen dan bijv bepaalde kostenprincipes kunnen worden vastgelegd.

Als antwoord op door Bart Heinink

 
 
 
 
@Leonard Thijssen
Bart Heinink 14:28|14 maart 2014
Tele2

Dag Leonard,
Ik kan wel volgen dat je iets aan flexibiliteit moet inleveren. Alhoewel je terecht opmerkt dat ook nu al de flexibiliteit van de marktanalysesystematiek meer en meer wordt ingeperkt. Het punt dat je maakt over dat het systeem wel zo moet worden ingericht dat het in principe alle problemen tackelt, is eigenlijk wat ik bedoel met flexibiliteit. Misschien is het beter te zeggen dat de systematiek wel sluitend moet zijn en in ieder geval vollediger dan het oude ONP kader. De technologie en de markt staan niet stil en dat zal zo blijven, dus enige flexibiliteit zul je moeten houden. Wel ligt het voor de hand dat te koppelen aan regulerings- en investeringszekerheid dus langdurige zekerheid over het opleggen van en de invullinng van verplichtingen.

Als antwoord op door Leonard Thijssen

 
 
 
 
Jos Huigen 18:50|12 maart 2014
KPN

Ik reageer laat in de discussie(s). ik wil graag enkele opmerkingen maken vanuit ontwikkelingen in electronische markten en diensten:
1. Over onzekerheid en wel/niet procederen. Ik denk dat in veel gevallen het zero-sum game karakter wel kan worden doorbroken. Gereguleerde bedrijven hebben meestal een idee over wat zij aan regulering redelijk achten en andere bedrijven hebben ook een idee over hun bedrijfsplannen en het belang van zekerheid. Het risico van juridische en ongewenste verrassingen zal door hen worden afgewogen en daar kan een toezichthouder iets mee doen.
2. De discussie over modernisering van regulering zelf vind ik wat vreemd aandoen. Het lijkt net alsof we ineens allerlei markten gaan ontdekken die als relevante markt af te bakenen zijn (zonder bewijs) terwijl volgens mij er juist een heel andere beweging in de electronische markten zichtbaar is: het gaat om connectiviteit of zo je wil toegang/access. Daaroverheen draaien alle toepassingen die je kunt bedenken. Maar dat zijn geen aparte markten meer. Die toepassingen markten zullen goed moeten worden bekeken, want de vraag is welke geografische schaal die hebben. Maar ook: onder welke voorwaarden is concurrentie in die markten goed mogelijk? Hierop is nog maar weinig gedacht in termen van concurrentie. In termen van waarde is te verwachten dat deze markten in de komende decennia alleen maar groeien en ten opzichte van de klassieke connectiviteitsmarkten zullen zij veel groter worden. Voor de ontwikkeling van die markten is connectiviteit wel van belang. Dus: de vraag wordt veeleer: onder welke voorwaarden stel je veilig dat geïnvesteerd wordt in connectiviteit ten behoeve van het grotere geheel en hoe past daarin concurrentie dan? Beide lagen kan je niet meer los van elkaar zien en het lijkt erop dat dat in enkele bijdragen toch gebeurt.

 
 
 

U kunt niet meer reageren