Ook al geldt er voor een medicijn nog een patent, dan nog kan de ACM het mededingingsrecht inzetten om exorbitante prijzen te drukken. Wel moet de ACM rekening houden met prikkels voor farmaceutische fabrikanten om te innoveren.

Deze stelling is gesloten

 

4 reacties

Sorteer op: Oudste Nieuwste
 
 
ooms 10:23|21 februari 2018

Het wordt tijd de markt voor de toegang tot medicijnen niet te zien als een "gewone" markt. Deze markt heeft regulering nodig net zoals dat geldt voor telecom, post, gas, vervoer etc,
Partijen met aanmerkelijke marktmacht behoren bepaalde verplichtingen zoals transparantie opgelegd te krijgen. Gold plating moet voorkomen kunnen worden.

 
 
 
 
Paul Rotering 10:33|22 februari 2018

Ik ben het eens met de benadering in de stelling.
Een (duur) medicijn waarop een patent rust kan over unieke eigenschappen beschikken waarbij patiënten veel baat hebben. Een patent stelt de fabrikant in staat als enige dit medicijn op de markt te brengen en zo de (onderzoeks- en ontwikkelings-) kosten terug te verdienen. Dit maakt het voor fabrikanten aantrekkelijk dergelijke medicijnen te ontwikkelen.
Het geeft de fabrikanten echter ook een machtspositie: het medicijn is immers uniek, imitatie is niet toegestaan, concurrentie ontbreekt daarom. Het lijkt mij redelijk dat de fabrikant, in ruil voor het verbod op imitatie dat het patent biedt, gebonden is aan een maximale winstmarge. Zo krijgt de fabrikant een goed rendement en betaalt de patiënt niet teveel.

 
 
 
 
jane 19:05|23 februari 2018

Mee eens. Maar pas op, want goedkopere versies hebben net een andere werking soms. Sluit me aan bij zijn oplossing. Want..de fabrikant of farmaceutische industrie maakt ook de beste medicatie.

 
 
 
 
Sam 21:48|26 februari 2018

Mogelijk is bij de ontwikkeling van sommige medicijnen sprake geweest van staatssteun. Medicijnen kunnen zijn ontwikkeld door een publiek onderzoeksinstituut of in publiekprivate samenwerkingsverbanden. Maar bijna altijd is de farmaceut octrooihouder. De valorisatieregels zoals uiteengezet in de NFU brochure
Naar een goede waarde (http://www.nfu.nl/img/pdf/16022_NFU_nGoedeWaarde.pdf)
bepalen juist dat de kennisinstelling octrooihouder zou moeten zijn. Het is dan ook de vraag of altijd voldoende is betaald voor publiek verricht onderzoek dat heeft geleid tot een nieuw octrooi.

 
 
 

U kunt niet meer reageren